Voorgaande overdenkingen

 

September 2018 Bijbel versus mobiel
Juli 2018 Een gedachte van David
Mei 2018 Stof tot nadenken
juli 2017 Meer dan welkom
juni 2017 Met dank een Paulus, een reisverslag
mei 2017 Gesleep
april 2017 Kijken in vier richtingen
december  2016 De wereld omgekeerd
november 2016 Dankdag?
oktober 2016 Paulus
september 2016 Een brief
juli 2016 Natuur
juni 2016 Taizé Readings
mei 2016 De muur
april 2016 Marmertinum
maart 2016 Groen ontluikt de aarde
februari 2016 Een stap in geloof
december 2015/januari 2016 Gezegend Nieuwjaar
november 2015 God vergeet niet
september 2015 Natuurschoon

 

En als nu sommige takken van de edele olijfboom zijn afgebroken en u, loten van een wilde olijfboom, tussen de overgebleven takken bent geënt en mag delen in de vruchtbaarheid van de wortel, dan moet u zich niet boven de takken verheffen. Als u dat doet, moet u goed bedenken dat niet u de wortel draagt, maar de wortel u.’

Romeinen 11: 17-18

Geënt op de edele olijf

Op vrijdag 14 september plaatste de Trouw een artikel over de band van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) met Israël. Liberale theologen willen, bij monde van Offringa, een discussie uitlokken over de ‘onopgeefbare verbondenheid’ van de kerk met Israël. Volgens Offringa is zo’n aparte plek theologisch gezien niet alleen onnodig, maar ook dubieus. Het suggereert een onderlinge afhankelijkheid die er niet (meer) is. Want het christendom is weliswaar uit het Jodendom voortgekomen, maar het is er geen voortzetting van.

In een niet in Trouw geplaatste reactie schrijft Houtman* in reactie hierop: ‘Of je het christendom nu ziet als een dochterreligie van het jodendom (zoals Offringa schijnbaar doet), of als een zusterreligie waarbij het christendom en het na-Bijbelse Jodendom beiden zijn voortgekomen uit de godsdienst van Israël, in beide gevallen blijft zo’n verwantschapsband bestaan. Je ouder blijft je ouder, en je broer of zus blijft je broer of zus, ook als de verhoudingen verstoord zijn geraakt en je uit elkaar bent gegroeid.’

Zoals u verderop in het maandblad kunt lezen, heeft de Werkgroep Dienst aan Israël ook een gesprek op gang willen brengen in onze V.E.Gemeenten. Niet om de verbondenheid met Israël ter discussie te stellen, maar om in de gemeenten weer met elkaar in gesprek te raken over Israël en er niet over te zwijgen omdat het een moeilijk onderwerp is, want we zijn hoe dan ook verbonden.

Als volgeling van Jezus, zijn we niet alleen leerling van zijn joodse leer, maar zijn we, zoals Paulus zegt, op de edele olijfboom geënt en delen we dezelfde wortel. Beiden, zowel christenen als gelovige joden, kijken uit naar Gods Koninkrijk; we leven in de verwachting van een rijk van vrede. Voor een groot deel hebben we onze zondagse diensten ingevuld met teksten die direct met het Jodendom verband houden omdat ze uit de Tenach komen, zoals de joden hun drie delen van de Schrift noemen, de boeken van het Oude Testament.

Bijna iedere zondag lezen we eruit, zonder er bij stil te staan, dat we deze boeken danken aan het volk Israël. Ook het Nieuwe Testament is door joodse volgelingen van Jezus geschreven.

Mensen die graag willen weten welke reacties er op het manifest van Offringa gekomen zijn verwijs ik graag naar: https://www.joods-christelijke-dialoog.nl/index.php/documenten/518-reacties-op-manifest-jan-offringa

Petra Smit

* Dineke Houtman is als bijzonder hoogleraar joods-christelijke relaties vanwege de Stichting tot Bevordering van Wetenschappelijk Onderwijs in de Judaïstiek verbonden aan de PThU. Haar artikel verscheen op https://www.joods-christelijke-dialoog.nl/images/artikelen/Losser-van-Israel.pdf

 

 

Uw woord is een ​lamp​ voor mijn voet, een licht op mijn pad.

Psalm 119:105

Bijbel versus mobiel

Voor mijn vakantie kwam er een interview met Koning Willem Alexander en Koningin Maxima op televisie. Wat mij opviel was dat ze een aantal weken zonder mobieltjes als onderdeel van de vakantie afspraken. Het zou wel wat moeite kosten om ervoor te zorgen dat iedereen zich hier ook aan zou houden, zei Maxima.
Het deed mij er even bij stil staan hoe lastig het is om nog zonder mobiel onderweg te zijn.
Vervolgens las ik in de vakantie een tekst uit het boek: ‘Luid en duidelijk’ van Mark Stibbe. Hij maakt een mooie vergelijking die ik graag aan u doorgeef.

Hij stelt de vraag: Wat zou er gebeuren als we met onze Bijbel net zo omgingen als met onze mobiele telefoon?

– We zouden hem altijd bij ons hebben.
– We zouden hem meerdere keren per dag raadplegen.
– We zouden teruggaan als we hem vergaten.
– We zouden hem gebruiken om berichten te ontvangen.
– We zouden er niet zonder kunnen.
– We zouden hem cadeau geven aan onze kinderen.
– We zouden hem gebruiken om de weg te vinden.
– We zouden hem gebruiken als we in nood zijn.
– We hoeven niet bang te zijn dat onze Bijbel wordt afgesloten vanwege
een onbetaalde rekening. Jezus heeft de volle rekening al betaald.
– En nooit een gemiste oproep! God hoort ze allemaal.

Het boek van Mark Stibbe komt uit 2009. Hoewel de vergelijking nog steeds spreekt hebben de ontwikkelingen niet stil gestaan. Het is niet langer de bijbel versus de mobiele telefoon maar de bijbel op je mobiele telefoon. Handig toch zo’n bijbel-app. Alleen je mobiel uitzetten tijdens de vakantie … nou vooruit dan maar.

Petra Smit

 

‘Ik kijk naar de hemel die u hebt gemaakt
Ik kijk naar de maan en de sterren
die u daar een plaats hebt gegeven.
En ik denk: Een mens is niet belangrijk,
en toch denkt u aan hem.
Een mens is maar klein, en toch vergeet u hem niet.

Psalm 8: 4-5 uit de Bijbel in gewone taal

Een gedachte van David

Als u op een zomeravond naar de hemel kijkt en u zich klein en nietig voelt, denk er dan maar achteraan wat de dichter van deze psalm schreef: ‘Een mens is maar klein, maar toch vergeet u hem niet.’

Of voor wie de NBV vertaling vertrouwder klinkt: ‘wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?’

Petra Smit

 

 

En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken
voor de bouw van een geestelijke tempel.

1Petrus 2:5a

In de meivakantie bezocht ik de ‘DOMunder’ in Utrecht. Een museum dat je meeneemt onder het museumplein en je daar de verschillende lagen toont waarin archeologen voorwerpen gevonden hebben. Het geheel geeft een beeld van de bebouwing van het Domplein vanaf de Romeinse tijd. Een van de vroege lagen die je zag, was een zwarte verkoolde laag. Het eerste Romeinse fort dat daar gebouwd werd, was van hout. Het fort werd door de vijandige Friese stammen in brand gestoken, wat nog duidelijk zichtbaar was in de laag van die tijd. Daarna zag je een laag met vulkaangesteente uit de Eifel; materiaal dat beter bestand was tegen aanvallen met vuur. Uiteindelijk is het Romeinse Fort helemaal verdwenen. Op de restanten van het fort bouwt in 630 de Frankische koning Dagobert I een kerkje, dat kort daarop door de Friezen wordt verwoest. De restanten van dit kerkje vormen een vroege getuige van de verspreiding van het Christendom in die tijd. Van eind 7e eeuw zijn de restanten van twee kerkjes die door Willibrord gebouwd zijn; één van deze kerkjes ‘de Sint Maartenkerk’ is de voorloper van de Domkerk.
Steeds zie je dat het fundament wordt gebruikt als basis om opnieuw te bouwen. Naarmate de tijd verstrijkt zie je dat er gebouwd wordt met steeds duurzamere materialen. Hout verbrand, dus gebruikte men vulkanisch gesteente uit de Eifel. Paulus gebruikt het beeld van bouw en verwoesting in de brief aan de Korintiërs (3: 9-18). De gemeente is een tempel van God, zegt hij. God woont in hun midden. Paulus gebruikte het beeld van een tempel voor een gemeenschap van mensen niet als eerste. De Essenen spreken in de Dode Zee-rollen over zichzelf als een tempel van God. De joden van die tijd geloofden dat de tempel onder Gods oordeel viel en dat God iets nieuws tot stand zou brengen. Dat zou met of zonder fysieke tempel zijn, maar in elk geval zou er een nieuwe gemeenschap ontstaan die God weer volkomen toegewijd zou zijn. Let op, zegt Paulus, met welke materialen je bouwt, kan het de hitte van een vuur doorstaan? De materialen die Paulus opsomt, worden gebruikt bij de bouw van een tempel. De tempel van Salomo was rijk versiert met goud, zilver en edelgesteente.
Zoals Gods heerlijkheid de tempel van Salomo had gevuld, zo zou God aanwezig zijn te midden van de gemeente. Paulus schrijft: ‘Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – ​Jezus​ ​Christus​ zelf.’ Opletten hoe je bouwt, betekent: je afvragen of dat wat je doet, past bij het fundament dat er ligt. Past wat we doen in de gemeente bij Jezus Christus, bij wie Hij is en wat Hij wil?  Kan het materiaal de hitte van vuur doorstaan?
En wordt er deugdelijk werk geleverd?
Onder het Domplein zag ik de lagen van de verwoeste kerkjes. Maar gelukkig… toen ik boven de grond kwam zag ik ook nog de Domkerk zelf. Op die plaats worden nog steeds vieringen georganiseerd, wordt God gezocht, de Heer aanbeden. In Utrecht komen op verschillende plaatsen mensen samen om gemeente van de Heer te zijn.
Een tempel, niet gebouwd van stenen die in de loop van de tijd door vuur of storm wordt verwoest, maar van levende stenen.
Het fundament is het volbrachte werk van Jezus Christus.Laten we blijven opletten op welke manier we bouwen.

Bouwt u mee?

Petra Smit

 

 Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben,
zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.

1 Korintiërs 15: 49

Stof tot na te denken

 De gebeurtenis die we vieren op 1e paasmorgen geeft stof tot nadenken genoeg. Christus staat op uit de dood. Met wat voor lichaam? Zijn leerlingen herkennen hem, aan zijn stem (de stem van de Goede Herder), aan zijn manier van doen (Hij breekt het brood), aan de wonden aan zijn lichaam (zijn handen en zijn zij). In alles wordt duidelijk dat het een echte ontmoeting is: hij spreekt met hen, hij eet en drinkt met hen. Hij is lijfelijk in hun midden en toch is het ook heel anders dan vroeger, hij is plotseling aanwezig, maar is ook zomaar weer weg. Deuren vormen voor hem geen belemmering. En toch is het beter als hij naar zijn Vader gaat, zodat de Trooster kan komen, de Heilige Geest die tot het eind bij hen zal zijn.
De opstanding roept vragen op over de aard van Jezus lichaam. Wij zijn nieuwsgierig naar het fysieke lichaam van Jezus. Alles wat erover gezegd wordt, is dat het een hemels lichaam, een verheerlijkt lichaam is. De leerlingen hebben geen woorden om het te beschrijven, maar duidelijk is wel dat het past bij wie Jezus is. Zijn wonden zijn nog steeds zichtbaar, zijn stem klinkt hetzelfde, zijn manier van doen is hetzelfde, hij is dezelfde en toch is het anders.
Met Hemelvaart klinkt door dat zijn leerlingen zich door Hem mogen laten bezielen, mogen laten aanvuren, door zijn Geest. Met Pinksteren wordt deze belofte waargemaakt. Zijn leerlingen zijn nog steeds hetzelfde en toch zijn ze anders.
Wat betekent dat voor ons? We leven tussen nu en straks.
Dit geeft stof tot nadenken.

Petra Smit

 

 

De woestijn zal zich verheugen, 
de dorre vlakte vrolijk zijn, 
de wildernis zal jubelen en bloeien,
als een lelie welig bloeien, 
jubelen en juichen van vreugde. 
De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, 
met de schoonheid van de Karmel en de Saron. 
Men aanschouwt de luister van de HEER, 
de schoonheid van onze God.
Jesaja 35: 1-2

Natuurschoon

Tijdens de vakantie heb ik veel kunnen wandelen. Ik mocht genieten van de vele bloemen en groene planten die op Madeira bloeien. Ik verbaasde me over bloemensoorten die ik nog nooit eerder had gezien, zoals stokpaardebloemen en wilde gemberbloemen. Ik zag hoe bananen groeien, rook de geur van eucalyptusbossen en bewonderde de kracht van water dat van grote hoogte naar beneden stort. De natuur is daar bijzonder divers en rijk. En dan te bedenken dat ik Madeira nog niet eens op haar mooist heb gezien, voor de echte bloemenzee moet je het eiland in het voorjaar bezoeken. overd
Jesaja ziet in de natuur de luister, de schoonheid van God. En waar mij dat juist stil maakt, beschrijft Jesaja het uitbundig jubelen van vreugde als reactie op het natuurschoon dat zal uitbotten als God komt en alles goed maakt. Hij beschrijft hoe de woestijn tot bloei zal komen en een overvloed van bloemen,planten en bomen zal kennen. In deze overvloed wordt de luister van de Heer zichtbaar. De natuur zal de schoonheid van de Heer ten volle weerspiegelen omdat hij heel maakt en verlossing brengt aan de schepping. Iedere bloem die we tegenkomen in een woestijnklimaat, zoals de distel op het puntje van Madeira mag ons daar alvast aan herinneren.

Petra Smit

september 2015

 

Ik heb je in mijn handpalm gegrift, 
je muren staan mij steeds voor ogen.

Jesaja 49:16

God vergeet niet.

Als je iets niet wilt vergeten kun je daar op verschillende manieren aan herinnerd worden.
Je kunt een briefje in het zicht ophangen.
Je kunt een waarschuwingssignaal instellen.
Je kunt een berichtje laten oplichten op je computer of op je telefoon
en misschien werkt dat nog wel steeds het beste.
Je kunt als je iets niet wilt vergeten het op je hand schrijven,
dan wordt je steeds opnieuw herinnerd aan wat je niet wilt vergeten.
In deze tekst van Jesaja lezen we dat God iets op zijn hand schrijft: Sion. Sion is een ander woord voor de stad Jeruzalem. Op deze manier houdt God steeds Jeruzalem in Zijn gedachten. De muren van de stad staan Hem steeds voor ogen. De muren van een stad staan voor veiligheid, geborgenheid, bescherming. De muren van de stad in de tijd van Jesaja waren niet zo sterk, de stad werd regelmatig belegerd. Als God de muren van de stad voor ogen houdt, maakt Hij duidelijk dat de stad Hem aan het hart gaat. God is gericht op heil voor de stad Jeruzalem.
In Israël moesten de mensen een gedeelte van Gods leefregels op hun hand schrijven om hen er aan te herinneren dat zij in hun handelen gericht moesten zijn op de Heer. De leefregels van de Heer moesten in hun hart en gedachten zijn, zodat ze juist zouden handelen.
Als God Sion op Zijn hand schrijft, betekent dat niet alleen dat Hij aan hen denkt, maar dat Hij in Zijn daden Sion gedenkt. In wat Hij doet, houdt Hij Zijn plannen met Jeruzalem in gedachten. Toen de knecht van de Heer kwam, moest hij lijden, sterven en opstaan uit de dood. Hierin was de Heer gericht op het heil voor Jeruzalem, voor Zijn volk en de wereld. Hij is dus ook uit op ons/ op uw heil. Als Hij naar Zijn hand kijkt, heeft Hij ook ons voor ogen. Het is alsof Hij ook onze naam op Zijn hand schrijft. Hij zal ons / u niet vergeten.

Petra Smit

november 2015

 

 

 

 

Toen Israël nog een kind was, had ik het lief; 
uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen.
Hosea 11:1

Gezegend nieuw jaar

Na de aanslagen in Parijs lees ik de tekst van het kerstevangelie uit Mattheüs toch weer anders. Er vallen andere woorden op. Opeens dringt door in welk een beangstigende tijd Jozef en Maria eigenlijk leven. Ik lees hoe Jozef met Maria en het kind vluchten naar Egypte en als hij later weer terug kan keren naar Israël, niet verder durft te reizen uit angst voor de zoon van Herodes. Het beeld van kerst dat normaal voor ons geschilderd wordt is liefelijk en vredig, maar vredig en lieflijk was die tijd niet. Er was een despoot aan de macht die zelfs zijn zoons liet vermoorden om zijn macht te behouden. Een man die tot het uiterste ging, totaal onvoorspelbaar in zijn gewelddadige gedrag. Als er iets angst inboezemt is het dat. Als de wijzen aankomen bij Herodes in Jeruzalem en hem vertellen dat er een nieuwe koning geboren is, stuurt hij hen naar Bethlehem. Hij geeft hen de opdracht mee terug te komen in Jeruzalem om hem te vertellen waar de nieuwe koning woont, zodat hij voor deze koning kan knielen (lees: ombrengen). Als de wijzen in een droom door God gewaarschuwd via een andere weg terugkeren naar hun land, krijgt ook Jozef een droom. God waarschuwt hem niet in Bethlehem te blijven maar moedigt hem aan samen met Maria en Jezus te vluchten naar Egypte. Ongetwijfeld zijn Jozef en Maria bang geweest toen ze vluchtten. Misschien hebben ze zelfs tijdens hun vlucht berichten gehoord over de slachting die Herodes heeft aangericht.

Je kunt je voorstellen dat ze zich afgevraagd hebben wat er van Gods beloften terecht zou komen, nu ze moesten vluchten naar het buitenland. Was er nog wel een toekomst voor hen in Israël?
Terwijl ik de tekst van het kerstverhaal op deze manier op mij liet inwerken viel mij naast de angst iets anders op in de tekst.
Zeker als ik de tekst uit Hosea naast Mattheüs leg. Dan zie ik Gods liefdevolle zorg voor de zijnen. De situatie wordt niet minder zwaar. Jozef en Maria zijn niet minder bang, maar God is toch in alles aanwezig. Je ziet hoe Hij als een betrokken vader zorgt voor zijn kinderen. Hij koos Jozef uit, een vroom man.
Hij waarschuwt hem in een droom en geeft later ook aanwijzingen via dromen. Hij koos een timmerman uit om de vader te zijn voor zijn zoon. In Egypte kon Jozef zich als timmerman goed redden. Als je moet vluchten, kun je maar beter een vakman zijn dan een geleerde of koning.
Zo zie je Gods zorg voor zijn mensen. Hij is onzichtbaar aanwezig en blijft betrokken bij zijn mensen. De toekomst wordt God niet uit handen geslagen. Dat mag ook ons hoop geven voor de toekomst.

Gezegend Nieuwjaar

Petra Smit

december 2015

 

 

Een stap in geloof.

In mijn jeugd werden verhalen van zendelingen verteld als voorbeeld van mensen die een grote stap in het geloof zetten. Bekende namen klonken zoals Hudson Taylor van de China Inland Mission, David Livingstone en Charles Studd die zich inzetten voor de zending in Afrika. Zending was vooral overzee: Gemeentestichting in het buitenland. Het waren voorbeelden van geloofsgroei en vertrouwen. Tegelijk was het voor iedereen duidelijk dat ze iets uitzonderlijks deden.

De bond van V.E.G. heeft een eigen zendingsgeschiedenis. Vanaf 1919 stuurden Vrije Evangelische Gemeenten mensen voor diaconaal en zendingswerk naar Indonesië, vanaf 1926 werd dit een gemeenschappelijk werk met de naam Samosirzending. Men werkte samen met de Rheinische Missionsgesellschaft en de daaruit ontstane Huria Kristen Batak Protestan (1930), vandaag is dat de grootste kerk van Indonesië.

De verhalen die verteld werden van de Samosirzending inspireerden mensen en gaven een gevoel van verbondenheid binnen de Bond van V.E.G. De gedachte was: Dit doen wij samen! De Samosirzending bestaat niet meer, maar als Vrije Evangelische Gemeenten doen we nog steeds samen aan Zending. Hiervoor is de Stichting voor Zending en Diaconaat opgericht waarvoor we geregeld collecteren. Op de website www.szd-bondveg.nl kunt u lezen wie er mede namens ons uitgezonden zijn en welke projecten we als Vrije Evangelische Gemeenten steunen.

Toen Jezus zijn leerlingen riep, zetten zij een stap in het geloof. Ze volgden Jezus en in drie jaar tijd groeide hun geloof, met vallen en opstaan. Petrus beleed Jezus als de Christus, stapte in vertrouwen uit de boot, verloochende Jezus in de hof, en beleed opnieuw dat hij Hem liefhad. Mattheüs was tollenaar en werd een evangelist. Johannes zag de verheerlijking op de berg en liet Jezus alleen in de hof van Getsemané net als de overige leerlingen En toch vertellen deze leerlingen later vrijmoedig over Jezus op straten en pleinen van Jeruzalem. Ze zetten stappen in geloof als ze voor mensen bidden, over Jezus vertellen en een gemeenschap vormen, waarin oog is voor weduwen en wezen. Zending en diaconaat vallen samen. Bij veel christelijke hulporganisaties kom je een stap in geloof tegen. Zonder te weten of ze succes zullen hebben, verlenen ze hulp omdat ze Jezus willen navolgen.
Een stap in geloof zetten is niet alleen voor mensen die zich geroepen voelen om voor langere of kortere tijd naar het buitenland te gaan. Het hoeft niet altijd iets groots te zijn. Als je kleine stapjes zet ga je ook vooruit. Een stap in geloof is een stap in vertrouwen, het is in beweging komen. Tijdens de veertigdagen tijd willen we nadenken over stappen die mensen zetten in geloof, of ze nu tijd en aandacht geven aan mensen dichtbij of geld en tijd aan een goed doel ver weg.

Petra Smit

februari 2016

 

 

 

Groen ontluikt de aarde

Als ik dit schrijf staan er overal krokussen in bloei. Ze zijn vooral paars alsof de natuur zich dit jaar aanpast aan de veertigdagentijd. Op zoek naar inspiratie voor de stille week van Pasen blader ik door een blad (de eerste dag). Daarin lees ik over het lied ‘groen ontluikt de aarde’. Een lied dat heel mooi de stille week en Pasen in beeld brengt. Het lied is in 1995 door Sytse de Vries vanuit uit Duits naar het Nederlands vertaald, maar oorspronkelijk is het lied in 1928 gedicht door een Britse predikant John Maclead Campbell Crum, een internationaal lied dus. De melodie komt van een Frans kerstlied uit de 15e eeuw. Deze melodie klinkt mij bekend in de oren. De tekst geef ik u nu alvast. We zullen het lied deze maand vast een keer zingen.

Groen ontluikt de aarde
uit het slapend graan,
nu de zon de zaden
roept om op te staan.
Liefde staat op,
wordt wakker uit de dood.
Liefde draagt, als koren,
halmen, vol en groot.

Onder steen bedolven
lijkt de liefde Gods.
Rest haar niets dan rusten
in de harde rots?
Diep in het graf
is Hij de weg gegaan
van het zaad dat stervend
nieuw ontkiemt tot graan.

Zaad van God, verloren
in de harde steen
en ons hart, in doornen
vruchteloos alleen –
heen is de nacht,
de derde dag breekt aan.
Liefde staat te wuiven
als het groene graan.

Liedboek 2013 lied 625

Petra Smit

maart 2016

Marmertinum

Maar ik heb de goede strijd gestreden,
de wedloop volbracht,
het geloof behouden.
2 Timoteüs 4:7

Begin maart was ik op vakantie in Rome en ik heb er van genoten. Het is heel bijzonder om al die oude bouwwerken te zien en je voor te stellen hoe de stad er uitzag toen Paulus deze bezocht. Voor één gebouw zou ik de reis op een ander moment opnieuw moeten maken, de Marmertijnse gevangenis. De gevangenis die in gebruik was in de tijd van Petrus en Paulus was in restauratie. Ik heb alleen aan de buitenkant de tekst op de voordeur kunnen lezen.

Max Lucado schrijft in een dagboekje over de tijd die Paulus door bracht in de gevangenis. Wat hij schrijft komt hier op neer:
Als Paulus in deze gevangenis zit, zo vertelt de traditie ons, een donkere en vochtige kerker, schrijft hij de brief aan Timoteüs. Hij kan bij wijze van spreken het zwaard van zijn beul in gedachten al zien. Toch vraagt hij nog om een aantal praktische zaken in deze brief.
Hij schrijft aan Timoteüs:
‘Kom, snel naar mij toe. Ik verlang er naar je te zien.’ Hoe gelovig Paulus ook was, hij had behoefte aan vrienden. Hij dringt er bij Timoteüs op aan dat hij zijn mantel voor hem mee neemt. Hij had behoefte aan warme kleding, want de winter stond voor de deur. En tenslotte vraagt hij aan Timoteüs de boeken mee te nemen.
Voor ons een praktische les: Als we eenzaam zijn hebben we vrienden nodig. We hebben kleding nodig als we het koud hebben. We hebben boeken of andere afleiding nodig als we ons vervelen. Heel menselijk.

Petra Smit

April 2016

 

 

Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt,
de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken
Efeziërs 2:14

De muur

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur. Er ging een gejuich op. Men hoopte dat er een tijd aan zou breken waarin muren overbodig zouden zijn. Helaas zijn er sinds die tijd op verschillende plaatsen in de wereld nieuwe muren gebouwd. Ook langs de grenzen van Europa. Het doet denken aan een verhaal van Franz Kafka. ‘Er moet een muur komen, dachten de oude Chinezen. Die muur kan ons beschermen tegen de barbaren uit het noorden. Want niemand wil barbaren. Die brengen alleen maar oorlog. En dus ging men met het hele land een muur bouwen, eeuwenlang, gedreven, en zonder ophouden. Immers, een muur bouwen helpt je om oorlogen te voorkomen. Ook al zijn die oorlogen er nooit geweest. Ook al kun je je afvragen of iemand op den duur nog wist waarom die muur werd gebouwd.
Het bouwen van de muur hield de mensen aan het werk.
Maar toen de barbaren het bericht over die muur eenmaal hoorden, dachten ze dat er aan de andere kant wel wat te halen zou zijn. Waarom zou die muur anders gebouwd worden? Zo gebeurde het dat naarmate de muur vorderde, er steeds meer barbaren binnen trokken. En toen de muur eindelijk af was, ontstonden er pas echt oorlogen.
En dat had men door het bouwen van de muur nu juist willen voorkomen…
Laten we bedenken dat het in het christelijke geloof gaat om liefde die muren tussen mensen en volken niet opricht, maar juist afbreekt. Christus heeft de muur die scheiding maakte afgebroken.

Petra Smit

mei 2016

 

Onze redder Christus Jezus is verschenen,
die de dood heeft vernietigd en
onvergankelijk leven heeft doen oplichten
door het evangelie.
2 Timoteüs 1: 10b

Taizé Readings

Sinds enige jaren lees ik regelmatig ’s morgens een korte tekst met meditatie op een App op mijn telefoon. Het zijn teksten van broeder Roger van de Taizé gemeenschap. De volgende lezing vond ik de moeite waard om aan u door te geven.

‘Zou men zich zorgen moeten maken als men in gedachten niet voortdurend bij God zou zijn? Zeven eeuwen geleden schreef een christen uit het Rijnland, meester Eckhart:

“Zich tot God keren, (…) betekent niet dat met voortdurend aan God denkt. Dat zou niet mogelijk zijn, (…) en dat zou trouwens niet ideaal zijn. Een mens kan zich niet tevreden stellen met een God waaraan hij denkt. Want als die gedachten zouden verdwijnen, dan zou God ook uit het zicht raken… God gaat menselijk denken te boven en Gods werkelijkheid verdwijnt nooit.” ’

(2 Timoteüs 1: 6-14)

Een tekst om over na te denken.
Petra Smit

juni 2016

 

Alles wat adem heeft, loof de Heer. Halleluja!
Psalm 150 vers 5
Lof aan de Heer

 

Natuur

Heel de natuur verkondigt, o Here uw bestaan, als in het milde zonlicht, de bloemen open gaan.

Waar in de vroege morgen, de vogel zingt haar lied, als zij met zuiv’re tonen, haar schepper hulde biedt.
In mei was ik uitgenodigd om te spreken op de vrouwenmiddag van de V.E.G. Wormerveer. Een van de vrouwen die deze dag georganiseerd had, deed de opening. Wat zij vertelde, raakte mij en daarom wil ik het met u delen. Ze vertelde hoe ze al een aantal ochtenden vroeg wakker was geworden van het fluiten van de vogels. U herkent het vast: bij het eerste ochtendgloren beginnen de vogels te zingen. Dat heeft tot gevolg dat je bij het lengen van de dagen steeds vroeger wakker wordt. Zo ook deze vrouw. Voor haar raam zat een merel die het hoogste lied floot. Omdat ze zo vroeg wakker werd en graag nog even had willen slapen stoorde ze zich aan het gezang. Tot zij, na een aantal dagen, bedacht dat de vogels fluiten tot eer van God en dat ze als ze dan toch vroeg gewekt werd hier dan maar een voorbeeld aan zou nemen. Als ze nu de vogels hoort zingen, neemt ze een moment om God te danken. De vogels helpen haar eraan herinneren dat ook zij God mag loven. Haar woorden raakten mij en ik nam mij voor hetzelfde te doen.
De volgende morgen werd ik vroeg wakker maar niet van een mooie melodie, op de rand van de dakgoot van mijn huis was een ekster neergestreken.

Ik wens u deze zomermaanden het gezang van merels en lijsters toe.

Petra Smit

juli 2016

 

 

U bent zelf een brief van Christus,
door ons opgesteld,
niet met inkt geschreven
maar met de Geest van de levende God,
niet in stenen platen gegrift
maar in het hart van mensen.
1Korinthe 3: 3

Een brief

Ik was een dagje bij mijn zus, daar liet mijn nichtje (9) zien hoe ze een brief kon schrijven met onzichtbare inkt. Alleen met behulp van een lampje kon je zichtbaar maken wat ze geschreven had. Zo op het eerste gezicht leek er niets op het papier te staan, pas in het licht kon je zien wat er geschreven stond. Het briefpapier leek de woorden in zich te hebben opgezogen. Ze schreef een brief naar haar oom: ‘Ik vind je lief.’
De tekst hierboven gaat ook over het schrijven van een brief. In eerste instantie lijkt wat er geschreven wordt onzichtbaar. De Geest van God schrijft in het hart van mensen. De woorden lijken misschien niet zo duidelijk omdat ze niet zoals de tien woorden die Mozes ontving in stenen tafelen zijn gegrift. Maar schijn bedriegt. God schrijft door zijn Geest in de harten van mensen, in het leven van de gemeente worden de woorden leesbaar die geschreven zijn. In het leven van de gelovigen worden de woorden van God zichtbaar. Met onzichtbare inkt staat geschreven: Ik houd van je!

Petra Smit

september 2016

 

 

Maar ik heb de goede strijd gestreden,
de wedloop volbracht,
het geloof behouden.
2 Timoteüs 4:7

Paulus

Als Paulus deze woorden aan Timoteüs schrijft, zit hij gevangen in een donkere, vochtige kerker.De traditie vertelt dat hij gevangen heeft gezeten in de  Marmertijnse gevangenis in Rome.
Als hij de brief aan Timoteüs schrijft, kan hij bij wijze van spreken het zwaard van zijn beul in gedachten al zien. In een brief aan Timoteüs vraagt hij een aantal zaken die Paulus van een heel menselijke kant laten zien.

Hij is eenzaam: Hij schrijft aan Timoteüs kom snel naar mij toe. Ik verlang er naar je te zien.Hoe gelovig Paulus ook was, hij had behoefte aan vrienden. Hij had behoefte aan warme kleding, want de winter stond voor de deur. En daarom dringt hij er bij Timoteüs op aan dat hij zijn mantel voor hem meeneemt. En ten slotte vraagt hij aan Timoteüs om de boeken mee te nemen.

Ook wij hebben vrienden nodig als we eenzaam zijn, we hebben kleding nodig als we het koud hebben en afleiding  (boeken) als we ons vervelen.

Petra Smit

oktober 2016

 

 

 

Dankdag?

‘Doen wij nog iets aan dankdag? En welke zondag besteden we daar aandacht aan?’
Iedere keer moet ik opnieuw opzoeken wanneer deze dag valt.
Het heeft met de oogst te maken, dat weet ik inmiddels wel. Dus als ik langs de boerderijen rijd en de zakken peren en appels voor een grijpstuiver zie liggen, weet ik dat het al bijna dankdag is. Toch moet ik als stadsmus de exacte datum steeds opzoeken.
Gelukkig bestaan er bladen waarin dit soort informatie te vinden is.
Het antwoord luidt: Al sinds de zeventiende eeuw staat de eerste woensdag in november genoteerd als dankdag.
Vroeger was het gebruikelijk op deze woensdag een aparte kerkdienst te houden: “dankdag voor gewas en arbeid”.
Tegenwoordig gebeurt dat in veel kerken niet meer. Dat betekent niet dat de thematiek van de dankbaarheid daar geen rol meer speelt. Meestal zal men toch op de eerstvolgende zondag hier speciaal aandacht aan geven.

Zondag 6 november 2016 is het dus dankdag.
Zeer verhelderend is zo’n omschrijving en ook fijn om te weten dat het die zondag om dankbaarheid gaat. Want al heb ik dan geen kennis meer van oogsten en zaaien en wordt er in onze gemeente op woensdag, de oorspronkelijke dankdag, geen dienst meer gehouden, dankbaarheid om wat God ons geeft, daar kunnen we in de gemeente wel iets mee!

Hartelijke groet,
Petra Smit

november 2016

Hij zal rechtspreken tussen de volken,
over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Jesaja 2:4

De wereld omgekeerd

Tijdens de adventsperiode bereiden we ons voor op de komst van Christus. Advent is de verwachting van de naderende koning. We verwachten de komst van Gods rijk van vrede en gerechtigheid. Het liturgisch bloemstuk dat in de adventstijd de in de kerk staat, sluit aan bij deze verwachting en verbeeldt steeds het visioen dat Jesaja ons schildert. Jesaja beschrijft een visioen van vrede -de wereld omgekeerd.

Hij doet dit in een tijd waarin de vrede ver te zoeken is. Hij beschrijft niet alleen een mooie droom maar wil met zijn woorden mensen aanzetten om die droom te leven. Jezus doet hetzelfde. Hij gaat een stap verder.

We dromen van vrede
de wereld omgekeerd
zien wat licht brengt
doen wat gedaan moet worden
heelheid
in een gebroken wereld

Heer onze God
leer ons
het visioen te leven

(Overgenomen en bewerkt uit: PKN, De wereld omgekeerd, Liturgisch bloemschikken 2016)

Fijne feestdagen en een gezegend Nieuwjaar

Petra Smit

 

Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven,
heeft hij het voorrecht gegeven
om
 kinderen van God te worden.
Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren,
niet uit lichamelijk verlangen
of uit de wil van een man,
maar uit God.

Johannes 1: 13-14

Niet in de genen maar in de Geest

Soms lees je een opmerkelijk bericht. Twee vriendinnen, die elkaar ontmoet hadden via een groeps-chat voor geadopteerde kinderen uit Sri Lanka blijken zussen. Via de groeps-chat hadden ze direct een klik en toen ze samen afspraken, ontdekten ze veel overeenkomsten. Hoe ze spraken, hoe ze reageerden, een bepaalde lach, muziekvoorkeur en nog wat van die bepalende alledaagse dingen. Opgegroeid op verschillende plaatsen zat het gewoon in hun genen, om zo maar te zeggen.

Jezus maakte Nicodemus, die ‘s nachts naar toe komt om hem vragen te stellen, duidelijk dat mensen opnieuw geboren moeten worden. Als een mens geboren wordt, dan draagt hij van beide ouders genen in zich. Als je opnieuw geboren wordt, dan is dat het werk van Gods Geest, die in een mensenleven werkt. Door deze Geest mag je steeds meer worden zoals God je bedoeld heeft, een kind van Hem. Door te lezen in de bijbel, door contact met andere gelovigen en door zijn Geest mag je steeds meer gaan doen waar God blij van wordt.

Als je opnieuw geboren wordt, zoals Jezus tegen Nicodemus zegt, dan mag je een kind van God worden. Dan kan het zomaar gebeuren,dat uit welke verschillende tradities we ook komen, je anderen als broers en zussen in het geloof herkent. Ik verwacht dat dit ook gebeurd tijdens de oecumenische viering in de koepelkerk op 5 februari,niet vanwege eenzelfde muziekstijl, maar vanwege de liefde voor God de vader, de Zoon en de heilige Geest.

Petra Smit

 

Bid voor alle koningen en gezagsdragers,
opdat we rustig en ongestoord kunnen leven,
in alle vroomheid en waardigheid.

1 Tim 2:2

 Kieswijzer

 In de aanloop naar de verkiezingen, houdt men zich bezig met de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen. Het is lang niet duidelijk hoeveel de partijen van elkaar verschillen. Stemwijzers doen hun best om mensen een advies te geven op grond van hun standpunten. In de wirwar van standpunten en plannen is het niet eenvoudig om een keuze te maken. Zelf twijfel ik nog wel eens of zo’n stemwijzer wel het juiste advies geeft omdat ze uitgaan van partijprogramma’s en niet van achterliggende visies.
Wij hebben ons in de kerk aangewend om geen politieke kleur te bekennen en geen stemadvies te geven. Dat ga ik dus ook niet doen, wel wil ik een tekst van Paulus onder de aandacht brengen, u heeft hem in de rechterbovenhoek al kunnen lezen. Paulus roept op om te bidden voor alle koningen en gezagsdragers. Absoluut een nuttig advies, niet alleen voor de tijd van verkiezingen bestemd. Het doel van het gebed is niet dat koningen en hooggeplaatsten tot bekering zullen komen, hoewel we daar blij mee zouden zijn, maar dat mensen in alle rust kunnen leven.
Stefan Paas richt zich op het laatste deel van deze tekst als hij in het blad De Nieuwe Koers (deel 1 2017) schrijft: ‘laten we eens aannemen dat Paulus gelijk had toen hij aan Timotheüs schreef wat het doel is van politiek: zorgen dat mensen “rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid” (1 Tim. 2:2).’ Hij concludeert hieruit dat de politiek zich zou moeten inspannen voor rust, veiligheid, waardigheid en zingeving.
Het zou mooi zijn als onze toekomstige regering, zich voor deze zaken inspant. Stefan Paas raadt ons aan in de programma’s van de partijen te letten op duurzaamheid, internationale samenwerking, het matigen van inkomensverschillen, het bestrijden van de misdaad en het beschermen van de rechtsstaat.
Door hierop in te zetten creëer je rust en veiligheid waardoor mensen zich bezig kunnen houden met zingeving.

U moet zelf maar uitzoeken welke partij daar volgens u het beste bij past. Maar wie er ook aan het bewind komen, Paulus raadt Timotheüs aan om voor hen te bidden.

Petra Smit

‘Hij zei tegen hen:
‘Ik heb er hevig naar verlangd
dit pesachmaal met jullie te eten
voor de tijd van mijn lijden aanbreekt.’
Lucas 22: 1-16

Kijken in vier richtingen

In de stille week, de week voor Pasen, vieren we op donderdag de maaltijd van de Heer. Vanaf dat moment volgen we de lijdensweg van Jezus tot aan het feest van de opstanding. In de nacht waarin Jezus door Judas werd verraden is Hij met zijn leerlingen bijeen in een bovenzaal om het Pesachmaal te eten.

Jezus kijkt op die avond met zijn leerlingen terug naar de avond van de uittocht van Egypte; toen het volk Israël een lam moest slachten en het bloed aan de deurpost moest smeren zodat de dood aan hun huis voorbij zou gaan. Op deze avond wordt brood en wijn gedeeld. Er wordt teruggekeken op deze gebeurtenis. Het verhaal wordt zo verteld dat iedereen beseft dat hijzelf is bevrijd.

Voorafgaand aan deze avond is ieder huis grondig schoongemaakt. Het zuurdesem is weggedaan, er mag zelfs geen kruimeltje meer te vinden zijn. Dit zuurdesem staat symbool voor de zonde. In die zin staat men ook stil bij de reiniging en heiliging van het volk. Er wordt naar binnengekeken.

Op de avond zelf viert men dit feest met iedereen: slaven, kinderen, vreemdelingen horen erbij. Op deze avond staat het volk er in het bijzonder bij stil dat ze zelf slaven zijn geweest en vreemdelingen in Egypte. Men heeft oog voor de ander, er wordt naar buiten gekeken.

Tijdens de viering wordt er altijd voor een persoon extra gedekt. Ze houden een stoel vrij voor de komende Messias. Zo houdt men het oog gericht op de toekomst.

Als Jezus het avondmaal voor zijn leerlingen instelt past hij de betekenis toe op de verlossing die Hij zelf brengt. Jezus zelf is de gastheer die ons uitnodigt aan zijn tafel. Het besef te zijn bevrijd staat centraal tijdens de viering van de maaltijd van de Heer, Hij is het lam dat geslacht wordt. Als Jezus zegt dat we dit moeten doen om hem te gedenken, kijken we terug. We staan stil bij wat Jezus voor ons heeft gedaan. We kijken ook naar binnen en staan er bij stil dat Hij ons reinigt en heiligt. We vieren de maaltijd niet alleen, maar met ieder die Jezus van harte liefheeft, als een getuigenis naar de wereld. We vieren de maaltijd totdat Hij komt. Zo kijken we ook vooruit naar Jezus’ wederkomst. We kijken in vier richtingen: naar het verleden, naar binnen, naar buiten, naar de toekomst.

U bent van harte welkom om de stille week mee te beleven.

Gezegend Paasfeest!

Petra Smit

 

 

en zing met elkaar psalmen, hymnen
en liederen die de Geest u ingeeft.
Zing en jubel met heel uw hart
voor de Heer
Efeziërs 5: 19

Gesleep

Bij het lezen van deze tekst kwam er de volgende gebeurtenis in gedachten: een oudere meneer uit de gemeente, ‘ome Jan’, had om spreektijd gevraagd. Met het nodige drama beklom hij de preekstoel met drie verschillende liedbundels in zijn handen. Wij zaten ons te verkneukelen, want vertellen, iets grappig neerzetten, kon hij wel. We hadden van alles verwacht. Een opmerking over teveel Halleluja-teksten in Opwekking, langdradigheid van de gezangen, de grote hoeveelheid refreinen in de bundel van Johannes de Heer of waarom het nodig was om uit drie verschillende bundels te zingen? … Was één niet genoeg? Maar dit gebeurde niet. In alle bundels kon hij wel wat moois ontdekken, liederen waarderen. Het ging hem vooral om het gesleep met die bundels. Welke moest hij nu weer pakken? De rode, de blauwe of de gele? Waar kwam het lied dat aangekondigd werd nu toch uit? Gelukkig was daar een oplossing voor gevonden en hij wilde ons deelgenoot maken van het feit dat hij daar heel blij mee was: de beamer had zijn intrede in de kerk gedaan. Een vernieuwing waar hij blij mee was. Het betekende het einde van het gesleep met die drie bundels en grotere vrijheid bij het zingen, want nu had hij zijn handen vrij.

Zingen uit meerdere bundels, ik ben het dus gewend. Ook in de tekst uit de brief aan de Efeziërs lezen we dat het in de vroege kerk gebruikelijk was om zowel oude als nieuwe liederen te zingen. Psalmen uit de tijd van de koningen van Israël, hymnen die we tegenkomen in de Bijbeltekst van het nieuwe testament – die de vroege gemeente speciaal voor Jezus gedicht heeft- en liederen die de Geest ingeeft.

Maar nog belangrijker is dat in deze tekst het waarom van zingen duidelijk naar voren komt: voor de Heer! En de manier waarop: vanuit je hart! Laten we dat als gemeente, jong en oud overbrengen aan de nieuwe generatie. Laten we vooral samen zingen, Psalmen, Gezangen, Johannes de Heer en Opwekking en wie weet welk nieuw lied er nog uitgebracht wordt, tot eer van God.

Petra Smit

Met dank aan Paulus, een reisverslag

Begin mei ben ik een weekje op vakantie geweest, de bestemming was Kreta en ik heb op dit mooie eiland mogen genieten van de zon, de zee en de bergen. Het was een wandelvakantie langs de zuidkust. De zee was deze week zo helder en rustig, dat ik me niets kon voorstellen bij de hevig aflandige wind, Eurakylon die door Lucas in het boek handelingen hoofdstuk 27 beschreven wordt. Toch moet het er aardig kunnen stormen, want één van de stranden waar we langs wandelden werd de Paulusbaai genoemd, vanwege een schipbreuk die Paulus daar geleden zou hebben. Een klein kerkje uit de 11e eeuw siert het strand. Uit de brief van Paulus aan de Romeinen weten we dat Paulus meerdere keren schipbreuk heeft geleden en dat vormt een mooie basis voor een legende: Bij een grote storm op een van zijn 3 zendingsreizen heeft Paulus schipbreuk geleden op Kreta en toen het grootste deel van de schorpioenen van het eiland verdreven. Voor ons als wandelaars wel een prettig idee, dat je op de stenen kunt gaan zitten zonder angst voor schorpioenen.

Petra Smit

Houd de onderlinge ​liefde​ in stand
en houd de gastvrijheid in ere,
want zo hebben sommigen
zonder het te weten ​
engelen​ ontvangen.
Hebreeën 13: 1 en 2

Meer dan welkom

Na bijzondere diensten zoals een doop- of belijdenisdienst, krijg ik regelmatig te horen dat gasten zich welkom hebben gevoeld in ons midden. Niet alleen degene die vanuit andere kerken komen, maar ook mensen die normaal gesproken niet naar de kerk gaan. Ze hebben de ruimte geproefd die er in onze gemeente is om er gewoon te mogen zijn. Als predikant ben ik dankbaar voor deze sfeer, die het midden houdt tussen oprechte belangstelling en mensen vrijlaten.

Natuurlijk is niet altijd alles wat er in dienst gebeurt even begrijpelijk voor mensen die niet gewend zijn naar de kerk te gaan, maar dat is niet erg. Men proeft iets van de gemeente van Jezus Christus en hopelijk ervaren ze iets van God in ons midden, zoals wij deze ook zelf hopen te ervaren tijdens de dienst en in de ontmoeting met elkaar. Gastvrijheid is geen vanzelfsprekendheid. Je moet er bewust mee bezig zijn.

In Hebreeën 13 worden we opgeroepen gastvrij te zijn, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen. De Benedictijnse monniken leggen daarom alle nadruk op gastvrijheid. Iemand, die op de deur van het klooster klopt moet met alle egards ontvangen worden. Het zou de Heer zelf kunnen zijn of iemand die door de Heer gestuurd is.

Gastvrijheid vraagt een luisterend oor. Je moet bereid zijn de ander te leren kennen. Je moet het vermogen hebben om in gesprek te gaan en ook te delen van wat je zelf hebt ontvangen. Gastvrij ben je op het moment dat er mensen komen. Je heet ze van harte welkom, je biedt ze een plaats. Veelal de beste plaats die er is, die van jezelf dus!

 

Petra Smit

 

Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?

Mat 21:31a.

 

Israëlzondag: Wie deed de wil van de Vader?

 

De zin: wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan? is de vraag die Jezus stelt aan de Schriftgeleerden als hij het verhaal van de twee zonen, waarvan de één nee zegt en ja doet en de ander ja zegt maar nee doet. Het gaat over op je schreden terugkeren en betrouwbaarheid. Het gaat om de wil van de vader doen. Durven wij schuld te erkennen en terug te keren van een verkeerd pad? Zijn wij betrouwbaar in wij wat wij zeggen?  Op 30 september vieren joden Jom Kippoer, Grote verzoendag. Het is het belangrijkste feest van het Jodendom en draait om schuldbelijdenis, het maken van een nieuwe start en verzoening. Daarom is ommekeer, verzoening met God en mensen als thema gekozen voor Israëlzondag die dit jaar op 1 oktober valt. Geen makkelijk onderwerp!

In 1995, vijftig jaar na de oorlog, wordt op verzoek van de Commissie Dienst aan Israël en het Comité van de Bond van VEG, in alle Bondsgemeenten een verklaring voorgelezen waarin schuld wordt beleden voor de houding van de Bond vlak voor en in de Tweede Wereldoorlog. (…)‘Wij belijden voor God en Israël onze medeverantwoordelijkheid en schuld, omdat wij in het bijzonder tijdens de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog en in de eerste helft van de veertiger jaren, niet of veel te weinig onderkend hebben welk kwaad zich voltrok ten opzichte van onze Joodse broeders en zusters. Wij hebben ook door onze passiviteit het lijden van Israël vermeerderd en schuld op ons geladen.’ (…)[1]

Israëlzondag hoort bij onze traditie. Iedere eerste zondag van oktober is het Israëlzondag, één zondag per jaar waarin we extra stilstaan bij de verbondenheid met Israël. Sinds de jaren 80 is daar ook in de Vrije Evangelische Gemeente aandacht voor. Wij lezen tenslotte uit de geschriften van Israël: de Tenach en het Nieuwe Testament. Dat we dit doen met een christelijke bril op, interpreteren van de Schrift met Christus in onze gedachten, geeft ons lezen een bepaalde kleur. In Jezus Christus zijn we verbonden met dat deel van Israël dat Hem beleidt als Gods Messias. Maar ook met dat deel van Israël dat vanwege 2000 jaar “christendom” in Hem niet de vervulling van Gods belofte kan zien. Na de Tweede Wereldoorlog hebben mensen uit de kerken, ook uit onze geloofsgemeenschap nagedacht over ‘onze’ manier van bijbellezen, dat bepaalde teksten anti-Joods geïnterpreteerd zijn waardoor de Jodenvervolging eenvoudiger plaats kon vinden. Daarom letten we tegenwoordig extra op dat we teksten niet antisemitisch uitleggen.

Ook de tekst over de twee zonen vraagt om oplettendheid.

Petra Smit

[1] Van der Kamp, Niet gij draagt de wortel,Bijlage 2, 77.

 

 

Door hem bent u één met Christus Jezus,
die dankzij God onze wijsheid is geworden.

1 kor 1: 30a

 

Geen BN-er, maar nooit vergeten

In het Gooi kun je zomaar een bekende Nederlander (BN-er) tegenkomen, tenslotte moeten deze mensen ook boodschappen doen, gaan ze sporten of maken ze een wandelingetje in een van de natuurgebieden. Al zit niet iedereen er op te wachten een bekende Nederlander te worden, is het verlangen om ‘iemand te zijn’, ertoe te doen, denk ik wel algemeen menselijk. Vaak verlangen we ernaar om iemand te zijn, om iets te betekenen voor anderen, zodat je naam ook nog betekenis heeft als je er niet meer bent. Hoelang wordt je naam nog genoemd? We proberen onszelf onsterfelijk te maken. Maar laten we eerlijk zijn, zoals Paulus schrijft aan de christenen in Korinthe, zijn er onder ons niet veel die naar menselijke maatstaven wijs zijn, niet veel die machtig zijn of een voorname afkomst hebben. We horen bij de gewone middenmoot, die nooit in de geschiedenisboeken terecht komt. De wereld is vol met mensen die ‘iemand’ zijn en mensen die ‘onopvallend’ zijn. Vaak leiden we onze waarde hieraan af. Dat is niet hoe God het bedoeld heeft, Hij heeft ieder mens geschapen naar Zijn beeld. Mensen zijn niet minder of meer omdat andere mensen van hen gehoord hebben, tegen hen opkijken, of denken dat ze speciaal zijn. En al weten we dat natuurlijk best, toch blijft het zo dat we denken dat het beter is om iemand te zijn. Create your own minutes of fame, maak jezelf beroemd. Het internet biedt daar diverse mogelijkheden toe. Korinthe was echt een trotse Romeinse stad, zo’n stad waar mensen opkijken tegen de mensen die belangrijk zijn en graag bij hen willen horen. De route naar succes was politieke macht en koninklijke of adellijke geboorte. Mensen die goed kon spreken, publieke redenaars, daar werd tegen opgekeken. De meeste van de Korintiërs die christelijk geworden waren, hoorden niet bij deze groep mensen. Zij waren niet opvallend getalenteerd, stonden niet in aanzien. God verandert dat, al werden deze mensen nooit het soort opvallende persoonlijkheden die onze wereld graag ziet. God had hen op het oog. Zij kregen in Zijn ogen dezelfde status als de Messias had, zij mochten één zijn met Christus Jezus. Maar, ze kunnen zich daar niet op voor laten staan. Ze kunnen zich daar niet voor op de borst kloppen of er over opscheppen. Ook voor ons geldt dat. Wij kunnen hooguit onderzoeken wat het betekent om dezelfde status als de Messias te hebben. God heeft Christus gerechtvaardigd in de opstanding. Hij heeft Hem apart gezet voor Zijn eigen dienst. In Hem zijn zonden en dood verslagen. Als je in Christus bent, als je lid bent van de familie van de Messias, dan zijn Christus’ wijsheid, zijn rechtvaardigheid, heiligheid en vergeving jouw deel. Moet je zien wat een hoge status je hebt gekregen: je mag een kind van God zijn. Je naam wordt niet vergeten, God schrijft jouw naam in Zijn Levensboek.

Petra Smit

 

 

 

“Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”

Mattheüs 3: 6b

Wegwerkzaamheden

Doen christenen eigenlijk nog iets speciaals in de aanloop naar kerst, de adventsperiode? In de kerk zingen we bekende liederen zoals: Hoe zal ik u ontvangen? Iedere zondag wordt er een nieuwe adventskaars aangestoken als teken dat het licht in de wereld komende is. Soms omschrijven we het als een tijd van wachten, alleen is dat niet helemaal juist. Het is een tijd van verwachten: uitzien! We lezen bekende woorden van Maria, van Jozef, van Johannes de Doper. En deze laatste maakt heel duidelijk dat het geen tijd van wachten is. Geen tijd van stilzitten maar van aanpakken. Hij roept op de weg van de Heer voor te bereiden. Advent is de tijd van ‘wegwerkzaamheden’.

Werk aan de weg, ik kom het dagelijks tegen. Het zorgt vaak voor oponthoud, maar als alles eenmaal aangepakt is, ziet het er weer geweldig uit. Werk aan de weg, ik benijd de mensen die dit werk doen niet, het is zwaar werk in weer en wind. Zomers heet, in de herfst vaak nat en in de winter koud. Maar onmisbaar om de Nederlandse wegen in goede staat te houden en de doorstroming van het verkeer te bevorderen. Gaten in de weg worden gedempt, tunnels gegraven, bruggen gebouwd, wegen die dichtgeslibd waren door te veel verkeer weer verbreed.
Johannes roept ons op om de weg van de Heer klaar te maken. Voor Johannes betekende dat: je leven op orde brengen, want Gods nieuwe wereld is dichtbij. Dat betekent dat ‘de mensen van de weg’ niet bezig zijn met torens bouwen, maar met het opruimen van hobbels en bobbels op het pad waarover de koning komt. Zoals vorig jaar op de website van het Nederlands Dagblad (3 dec 2016) stond: “Christenen bouwen geen torens tot in de hemel. Ze zijn veel horizontaler. Ze werken aan de weg. Dat is hun taak. De weg waarlangs hun Koning met zijn koninkrijk komt. Ze dempen de gaten, ze vlakken bergen af, ze slopen dichtgeslibde toegangspoorten. Die Koning, die komt de wereld en het mensenhart wel binnen. Maar het getuigt niet van veel ontzag als dat over een hobbelweggetje moet.

Laten we tijdens advent maar eens aan de weg timmeren punt

Petra Smit

 

 

De ​Heer​ is niet traag met het nakomen van zijn belofte,
zoals sommigen menen;
hij heeft alleen maar geduld met u,
omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.

2 Petrus 3:9

 

Gods geduld

Tijdens mijn opleiding droeg een jongen een button met een afbeelding van werk in uitvoering, met de tekst “Heb geduld, God is nog aan het werk met mij”. Er werd hartelijk gelachen om deze spitsvondigheid. En ik overdacht de vele situaties waarin deze tekst toepasselijk zou zijn. Uiteindelijk durfde ik zelf geen button met deze tekst te dragen, omdat het in mijn ogen opgevat zou kunnen worden als een excuus om de eigen verantwoordelijkheid af te wijzen.
Maar…
Je kunt deze tekst op de button ook vanaf een andere kant benaderen. Dan is het geen excuus voor fouten die je nog gaat maken, maar lees je het zoals het waarschijnlijk bedoeld is.
Dan lees je het als een vraag om niet te vroeg te oordelen over wat God doet/ of aan het doen is.
Op deze manier gelezen heeft het wel nut, want als je nu naar de wereld kijkt, wat je leest in de krant, binnenkrijgt via telefoon, of op internet of televisie, vraag je je toch ook af waar is God? Waar is Hij mee bezig? Het is toch Zijn geschapen wereld, waar het kwaad een machtige en verschrikkelijke indringer is; wordt het niet tijd voor een oordeelsdag? We denken te weten wat God zou doen en kunnen haast niet wachten om advies te geven.
Petrus legt aan de gelovigen uit dat ze niet moeten oordelen als de taak nog maar half af is. Oordeel wat God doet niet voor het af is. God is als een bouwer van een modelboot in een fles. Met een laatste handeling zet hij alles rechtop. Of  zoals met een borduurwerk waarvan wij alleen de achterkant zien (een beeld dat Corrie ten Boom gebruikte), als het af is en je het omdraait zie je pas het mooie patroon.

Dat neemt niet weg dat de gemeente van Jezus Christus wordt opgeroepen, op te staan tegen onrecht. In de 40 dagen voor Pasen wordt ook hier aandacht aan besteed, in de 40-dagen kalenders en op de zondagen in de veertigdagentijd. We zijn sinds 14 februari begonnen aan de weg naar Pasen en volgen in de lezingen Jezus op weg naar kruis en opstanding, Gods weg naar een nieuw begin, Gods weg naar het Koninkrijk.

Heb geduld, God is nog aan het werk met deze wereld.

Petra Smit