Overdenking

 

Vanaf dat moment begon ​Jezus​ zijn verkondiging.
‘Kom tot inkeer,’ zei hij,
‘want het ​koninkrijk van de hemel​ is nabij!’
Mattheüs 4:17

Gods Koninkrijk is in Jezus nabij

Jezus spreekt in gelijkenissen over het koninkrijk van God. Als wij het hebben over het koninkrijk van God denken we in eerste instantie aan de hemel, maar wanneer je de parabels leest, valt al snel op hoe aards deze gelijkenissen zijn. Het gaat over een zaaier die uitgaat om te zaaien, over een zoon die van huis wegloopt, over een verloren geldstuk of een verloren schaap, over een sleepnet of een koopman. Kennelijk is dat koninkrijk van God veel aardser dan wij verwachten.

Jezus is in zijn denken en spreken joods. En er is in het joodse geloof geen minachting van het aardse, lichamelijke. God heeft alles goed geschapen, al het materiële is uit zijn hand. Het geestelijke hoger achten dan het lichamelijke komt uit het Griekse denken. De mens bestaat uit lichaam en geest, God blies hem de levensadem in en zo werd de mens een levend wezen. Het koninkrijk van God heeft dan ook net zoveel te maken met het lichamelijke als met het geestelijke.
Hemel en aarde raken elkaar.

Jezus verwijst in zijn gelijkenissen naar het koninkrijk dat nabij is en de genezingen/ wondertekenen die hij doet, onderstrepen dat. Het koninkrijk gaat niet over een leven na dit leven, het gaat over het hier en nu.  In Jezus tijd verwachtten de mensen de komst van de Messias, de zoon van David. Ze verwachtten een koning die plaats zou nemen op de troon, die het koninkrijk weer zou herstellen en regeren over Israël. Als Jezus spreekt over het koninkrijk dan denken de mensen in de tijd van Jezus allereerst aan de tijd van David en Salomo, een rijk waar de koning namens God regeert.

In gelijkenissen maakt Jezus duidelijk dat het Koninkrijk van God verbonden is met Zijn persoon en Zijn werk. Hij is, zoals al duidelijk gemaakt werd bij de aankondiging van Zijn geboorte, de zoon van David die over Israël zal regeren. Jezus maakt in alles wat hij zegt en doet duidelijk dat de ballingschap voorbij is, dat het volk Israël niet alleen weer mag wonen in het land Israël, maar dat God het verbond met Zijn volk in Jezus vernieuwd, de koning is gekomen.

Het volk dat terugkeert, wordt weer welkom geheten als de verloren zoon, God zoekt als een herder zijn schapen en Jezus eet met tollenaren en zondaren om te laten zien dat het feest van het koninkrijk, de maaltijd die God aanricht voor alle volkeren, dichtbij is.
De maaltijd die Jezus later met zijn leerlingen viert, wijst vooruit naar het moment dat het koninkrijk in volle kracht doorbreekt. Als Jezus de maaltijd viert met zijn leerlingen, spreekt Hij over het nieuwe verbond in Zijn bloed. In Jezus wordt het verbond verbreed, ook de heidenen mogen voortaan bij het volk van God horen. Wij mogen leren wat het betekent om te leven vanuit dit nieuwe verbond, om te leven als burgers van Zijn Koninkrijk.

Dat is iets voor vandaag en morgen en overmorgen en… ja toch ook voor de toekomst.

Petra Smit

 

U kunt ook de vorige overdenkingen teruglezen.