Overdenking

Na zijn lijden en dood
heeft hij hun herhaaldelijk bewezen
dat hij leefde;
 gedurende veertig dagen
is hij in hun midden verschenen
en sprak hij met hen
over het ​koninkrijk van God.
Handelingen 1: 3

Koning Jezus

Het onderwerp dat Jezus met zijn leerlingen bespreekt is niet eenvoudig, althans dat denk ik zomaar, want Jezus spreekt na zijn opstanding maar liefst veertig dagen met hen over het koninkrijk van God. In de bijbel staat veertig voor een tijd van voorbereiding en verwachting. De vraag die de leerlingen van Jezus stellen klinkt dan ook verwachtingsvol: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ Lucas maakt in zijn evangelie, bij de aankondiging van Jezus geboorte, duidelijk dat Jezus voor altijd koning zou zijn over het volk van Jacob, God zal Hem de troon van David geven (Lucas 1:31-33). De leerlingen verheugen zich op dat moment, maar Jezus antwoordt dat het niet aan hen is om te weten wanneer dat moment zal plaatsvinden.

Na deze veertig dagen gaat Jezus naar Zijn Vader in de Hemel, waar Hij zit aan de rechterhand van de Vader. Petrus’ getuigenis op Pinksteren schildert Jezus als zoon van David, als de rechtmatige troonopvolger over het volk van Jacob. Hij is koning. Jezus zit aan de rechterhand van God, als Heer en Messias. Wat de verkondiging van het koninkrijk van God lastig maakt is, dat het koninkrijk tegelijkertijd onder ons is en dat het nog moet komen. Koning Jezus is hier in ons midden en wij verwachten Zijn komst. Hoe kunnen wij ons voorbereiden op Zijn komst en verwachtingsvol naar Hem uitkijken?  Ik las laatst ergens: “Gods koninkrijk is overal waar mensen Hem als koning en Heer over hun leven erkennen.”

Het koninkrijk van God is warempel nog steeds geen eenvoudig onderwerp.

Petra Smit

 

U kunt ook de vorige overdenkingen teruglezen.